Neoblaas

U bent bij het Bravis ziekenhuis onder behandeling van de uroloog. In overleg met u heeft de uroloog besloten dat u een nieuwe blaas krijgt. Deze operatie wordt uitgevoerd bij patiënten met blaaskanker, chronische blaasontstekingen en blaaspijnsyndroom. In sommige gevallen is het mogelijk om van een gedeelte van de dunne darm (40 tot 60 cm lang) een nieuwe blaas (neoblaas) te maken. De neoblaas komt op de plaats van de oorspronkelijke blaas. De uroloog sluit de urineleiders en de plasbuis aan op deze nieuwe blaas. In het gesprek met de arts heeft u al informatie ontvangen over de neoblaas. In deze folder kunt u de mondelinge informatie van onze zorgverlener(s) op uw gemak nalezen, zodat u zich kunt voorbereiden op de operatie.

Inleiding

Deze folder geeft u uitleg over het aanleggen van een nieuwe blaas. Deze operatie wordt uitgevoerd bij patiënten met blaaskanker, chronische blaasontstekingen en blaaspijnsyndroom ( interstitiele cystitis). In sommige gevallen is het mogelijk om van een gedeelte van de dunne darm (40 tot 60 cm lang) een nieuwe blaas (neoblaas) te maken. De neoblaas komt op de plaats van de oorspronkelijke blaas. De uroloog sluit de urineleiders en de plasbuis aan op deze nieuwe blaas.

Anatomie en functie van de blaas

De urinewegen bestaan uit twee nieren, twee urineleiders, een blaas en de plasbuis (bij de mannen nog de prostaat). De urine wordt gevormd in de nieren en getransporteerd via de urineleiders naar de blaas. De blaas slaat de urine op tot hij vol is. De blaas loost de urine dan via de plasbuis naar buiten. De blaas is eigenlijk een holle spier die dient als reservoir voor de urine. Een volle blaas krijgt van de hersenen een seintje dat hij zich kan ledigen. Dit voelt u als aandrang om te plassen. Vervolgens trekt de spierwand van de blaas zich samen om zo de urine via de plasbuis naar buiten te lozen.

Voorbereiding vóór de operatie

De urologieverpleegkundige geeft u uitleg over het aanleggen van een nieuwe blaas.

Zoals de uroloog met u besproken heeft, kan tijdens de operatie blijken dat het om technische redenen niet mogelijk is om een nieuwe blaas aan te leggen. Dan is alsnog een stoma noodzakelijk. Daarom verwijst de uroloog u voor de operatie ook door naar de stomaverpleegkundige. Zij geeft u uitleg over de aanleg van een stoma.
Het komt voor dat na de operatie de sluitspier van de blaas niet optimaal functioneert.
U kunt deze sluitspier voor de operatie trainen onder leiding van een gespecialiseerd bekkenfysiotherapeut. De urologieverpleegkundige geeft u hiervoor een verwijzing mee.
U krijgt ook uitleg over de mogelijkheid om zelf te gaan katheteriseren na de operatie. De urologieverpleegkundige zal dit vast met u oefenen. Het kan zijn dat het na de operatie bij u niet nodig is, maar u krijgt de uitleg wel.

Gebruikt u bloedverdunnende medicijnen? Meld dit dan aan de uroloog. De uroloog bepaalt wanneer u voor de operatie met deze medicijnen moet stoppen.

De operatie vindt plaats onder algehele narcose. Alle informatie over narcose vindt u in de folder Anesthesie. U krijgt deze folder bij Bureau Planning en Opname.

Bent u in de laatste zes maanden voor de operatie meer dan 10% afgevallen of de laatste maand 5%? Dan krijgt u energierijke voeding voorgeschreven. De stomaverpleegkundige of urologieverpleegkundige kan dit voor u regelen.

U wordt een dag voor de operatie opgenomen. Een medewerker van Bureau Planning en Opname neemt telefonisch contact met u op om de datum en tijd van uw opname door te geven.

De opname

Op de dag van de opname meldt u zich op de afgesproken tijd op de verpleegafdeling. De verpleegkundige bespreekt tijdens het opnamegesprek nog een aantal zaken met u die van belang zijn voor het verdere verloop van de opname. Heeft u zelf nog vragen? Dan kunt u die gelijk stellen. De verpleegkundige brengt via uw neus een voedingssonde naar de maag in om vloeibare voeding te geven na de operatie. U krijgt steunkousen aangemeten om trombose te voorkomen. Ook krijgt u één keer per dag, in de avond een injectie in de buik met een bloedverdunnend middel om trombose te voorkomen. Deze kousen en injecties draagt en gebruikt u gedurende drie weken.

Omdat de kans bestaat dat de uroloog een stoma aan moet leggen tekent de verpleegkundige in overleg met u met een viltstift de plaats aan waar het eventuele stoma komt.

De fysiotherapeut komt iedere dag bij u langs om ademhalingsoefeningen met u door te nemen en begeleidt u met het mobilisatieschema.

Op de opnamedag mag u normale voeding gebruiken. Om 20.00 uur in de avond krijgt u vier pakjes preOp te drinken (uitgezonderd spuitend diabeten). Dit is een frisse, heldere energierijke koolhydraatdrank met een citroensmaak. Het bestaat voornamelijk uit suikers. Door preOp te drinken heeft u geen last van het nuchter blijven. De preOp verlaat de maag niet zo snel als water. Het heeft een positief effect op het herstel na de operatie. (zie folder preOp)

Om 20.00 uur krijgt u een klysma om het laatste gedeelte van de darm te laxeren.

Vanaf 24.00 uur bent u nuchter. Tot vier uur voor de operatie mag u nog helder vloeibaar drinken (geen melkproducten of vruchtensappen). Twee uur voor de operatie krijgt u nog twee pakjes preOp te drinken. Ook krijgt u weer een klysma. Een verpleegkundige scheert de huid van het operatiegebied.

De operatie

De verpleegkundige brengt u naar de operatiekamer, waar de anesthesist u onder narcose brengt. De uroloog maakt tijdens de operatie van ongeveer 40 tot 60 cm van de dunne darm  een nieuwe blaas, die de functie van de oorspronkelijke blaas moet overnemen. Bij mannen verwijdert de uroloog zowel de blaas als de prostaat en de zaadblaasjes. Bij vrouwen verwijdert de uroloog zowel de blaas als de baarmoeder. U kunt na de operatie urine lozen via de natuurlijke weg.

Na de operatie

Van de operatieafdeling gaat u afhankelijk van uw lichamelijke toestand terug naar de verpleegafdeling of de afdeling Intensive Care. Na de operatie bent u verbonden aan diverse apparaten. Er zijn een aantal slangetjes geplaatst. Naar gelang uw herstel zal een verpleegkundige steeds een slang verwijderen. U heeft:

  • Een blaaskatheter via de plasbuis naar de nieuwe blaas, om urine af te voeren.
  • Een buikkatheter (suprapubische katheter), door de buikwand rechtstreeks naar de nieuwe blaas om urine te laten afvloeien en om de nieuwe blaas te spoelen.
  • Twee  dunne slangetjes (splints) in de urineleiders, om een goede doorgang voor de urine te houden.
  • Een wonddrain voor de afvloed van het wondvocht.
  • Een maagsonde voor de afvloed van maagsappen.
  • Een voedingssonde om meteen na de operatie vloeibare sondevoeding te geven.
  • Een epiduraalcatheter in de ruimte voor het ruggenmerg. Via een pijnpomp kunt u zelf  de pijnbestrijding toedienen.
  • Een infuus om extra vocht en medicijnen toe te dienen.

De voeding

Op de dag van de operatie start u al met sondevoeding. De dag na de operatie mag u naast de sondevoeding starten met een vloeibaar dieet. Dit wordt eventueel per dag uitgebreid tot gewone voeding. Als de gewone voeding goed gaat, wordt de sondevoeding in overleg afgebouwd en gestopt. Ook krijgt u van de voedingsassistente drie maal per dag kauwgom om een half uur op te kauwen. Het kauwen bevordert de darmwerking. Hierdoor bent u minder snel misselijk, kunt u uw eten beter verdragen en komt de ontlasting sneller op gang.

Spoelen van de katheters

De nieuwe blaas is gemaakt van dunne darm. Van oorsprong maakt dit darmweefsel darmvlokken aan. Ook al doet dit stuk darm dienst als blaas, het blijft toch de darmvlokken aanmaken. Om te voorkomen dat de katheters verstopt raken door de darmvlokken, wordt de nieuwe blaas via de blaaskatheters iedere twee tot drie uur gespoeld, ook in de nacht.  Na verloop van tijd verandert de samenstelling van de darmvlokken van een slijmerige substantie naar lichte draadvormige sliertjes die u gewoon uitplast. De sliertjes blijven altijd aanwezig. De katheters blijven ongeveer twee tot drie weken zitten.

Mobilisatie

De dag van de operatie probeert u even rechtop in bed te zitten. Vanaf de dag na de operatie gaat u verder mobiliseren. Dagelijks breidt u het mobilisatieschema uit onder begeleiding van de fysiotherapeut en de verpleegkundige. Uw eigen actieve bijdrage is zeer belangrijk voor een goed herstel. Beweging is niet alleen belangrijk om trombose te voorkomen, maar ook om het verlies in spierkracht tegen te gaan. Bovendien is de ademhaling beter als u rechtop zit. Luchtweginfecties komen daardoor minder voor.

Pijnbestrijding

Het is normaal dat u de eerste dagen tijdens het mobiliseren pijn heeft. Goede pijnstilling is daarbij zeer belangrijk. U krijgt pijnstilling via het slangetje in de rug. Deze is verbonden met een pomp waarin medicijnen zitten om de pijn te verminderen. Dit slangetje blijft enige dagen zitten, daarna krijgt u de pijnstilling in de vorm van tabletten/zetpillen of injecties. Om pijn te voorkomen als u moet hoesten, niezen of lachen, kunt u het beste de wond met beide handen ondersteunen. Dagelijks zal de verpleegkundige vragen om uw pijnscore.

Plassen met de neoblaas

Na ongeveer twee tot drie weken gaan de blaaskatheters eruit en gaat u zelf weer plassen. Het gevoel van aandrang om te plassen zoals u dat gewend was, is veranderd. De aandrang voelt u voortaan als een drukkend (in het begin soms pijnlijk) gevoel in de onderbuik. Dit is een teken dat de blaas vol is. U zult voortaan regelmatig naar het toilet moeten gaan om te plassen. In het begin iedere twee uur, zowel overdag als ‘s nachts. Later zal de tussenpoos uitbreiden naar drie tot vier uur. Het kan voorkomen dat u de neoblaas niet helemaal leeg plast, zodat het nodig is om zelf de blaas met een slangetje leeg te maken. Door wondvocht functioneert de sluitspier van de blaas soms niet optimaal, zodat er urineverlies op kan treden. Door de bekkenbodem en de sluitspieren goed te trainen wordt dit na verloop van tijd steeds minder.

Hechtingen verwijderen

Na ongeveer tien dagen verwijdert de uroloog de hechtingen uit de buikwond.

Het ontslag

U mag na ongeveer twee tot drie weken naar huis als tenminste aan de volgende voorwaarden is voldaan:

  • Uw pijnscore is 4 of lager.
  • De blaaskatheters zijn verwijderd en het plassen is geoefend met de urologieverpleegkundige.
  • U bent goed mobiel, de fysiotherapeut is akkoord met ontslag.
  • Drinken gaat goed.
  • U heeft ontlasting gehad.
  • Eventuele nazorg is geregeld.
  • U heeft de uitslag van het weefselonderzoek gekregen.
  • Hechtingen zijn verwijderd.
  • U heeft geen koorts.

De urologieverpleegkundige zal u tijdens de opname en voor uw ontslag uitleg geven over :

  • incontinentie en incontinentiemateriaal;
  • wekkeradvies overdag en ’s nachts;
  • juiste plashouding;
  • drinken;
  • lastmeter;
  • de gevolgen van de darmvlokken;
  • wat u kunt doen bij problemen;
  • erectieproblemen;
  • het hervatten van bekkenbodemfysiotherapie (zes weken na de operatie);
  • eventueel zelf katheteriseren.

U krijgt een controleafspraak mee bij de uroloog en de urologieverpleegkundige.

Als u een stoma gekregen heeft, komt u niet bij de urologieverpleegkundige terug op controle maar bij de stomaverpleegkundige. Als het nodig is, kan de thuiszorg extra ondersteuning bieden.  

Twee tot drie dagen na het ontslag zal de urologieverpleegkundige u bellen. In dit gesprek wordt aandacht besteed aan uw herstel en heeft u de gelegenheid vragen te stellen. U komt ongeveer elke drie maanden bij de uroloog en de urologieverpleegkundige op controle, de bezoeken aan de urologieverpleegkundige zijn kort na de operatie frequenter.

Adviezen voor een voorspoedig herstel

  • Vermijd zoveel mogelijk zware inspanning en zware belasting (zwaar tillen).
    Na drie maanden kunt u dit geleidelijk weer opbouwen.
  • Wandelen mag, maar bouw dit geleidelijk op.
  • Drink voldoende (minimaal twee liter per dag, tenzij uw behandelend arts anders heeft geadviseerd).
  • Pers niet te hard als u ontlasting heeft.
  • Neem de eerste weken liever een douche dan een bad.
  • Zorg voor voldoende rust. De vermoeidheid kan wel drie tot zes maanden aanhouden.
  • De eerste zes weken na de operatie mag u nog geen vervoermiddel besturen.
  • Na drie maanden mag u geleidelijk aan weer gaan sporten.
  • Wacht bij pijnklachten niet te lang met het innemen van pijnstillers.
  • Na het verwijderen van de katheter (twee tot drie weken na de operatie) is er geen lichamelijk bezwaar om geslachtsgemeenschap te hebben.

Nazorg blaastraining bij een neoblaas

Na het verwijderen van uw blaas mist u de aandrang, het gevoel te moeten plassen. Om op een andere manier te leren plassen volgen hieronder wat tips:

  • Ga de eerste tijd na de operatie regelmatig naar het toilet. Probeer overdag om de tweeënhalf tot drie uur te plassen. ‘s Nachts maximaal om de vier uur.
  • Ga in een goede houding op het toilet zitten met beide voeten plat op de grond.
  • Niet “hangen” op een verhoogd toilet. Zet eventueel een voetenbankje onder de voeten. Kantel het bekken wat naar voren, zodat de nieuwe blaas een optimale positie heeft om leeg te stromen.
  • Laat de urine zoveel mogelijk vanzelf stromen. Dit kunt u doen door zo goed mogelijk te ontspannen. Hierbij kunt u rustig via de neus in en via de mond weer uitademen, of door te neuriën of te fluiten.
  • Help de nieuwe blaas eventueel een handje door een beetje druk te zetten met de buikspieren.
  • De kans bestaat dat u uw blaas niet goed leeg plast. Dan is het nodig om aan te leren zelf de blaas met een katheter leeg te maken. Dit gaat altijd in overleg met de uroloog.
  • Het kan zijn dat u (na het verwijderen van de katheters) incontinent bent van urine. Dit hoeft niet altijd het geval te zijn. Door de bekkenbodem goed aan te spannen kunt u de sluitspier van de blaas trainen om continent te worden. Dit kan onder begeleiding van een gespecialiseerde fysiotherapeut (een bekkenbodemfysiotherapeut).
  • De nieuwe blaas blijft darmvlokken aanmaken. Dit ziet eruit als wit slijm. Vooral in het begin plast u dit ook zeker uit. Een enkele keer leidt dit tot verstopping van de uitgang van de nieuwe blaas. Dit wordt na verloop van tijd minder.
  • Voordat u op controle komt bij de uroloog, komt u nog een paar keer bij de urologieverpleegkundige. Zij geeft u ook een mictielijst mee (plasdagboek). Het is de bedoeling dat u deze lijst thuis gedurende twee dagen invult. De urologieverpleegkundige vertelt u hoe u dit moet doen. Als u na twee weken bij de uroloog op controle komt, brengt u de lijst mee.

Plasadviezen

1. Ga ontspannen rechtop op het toilet zitten
Houd de schouders en armen ontspannen.

2. Zet de voeten plat op de grond, de knieën iets uit elkaar.
     Gebruik eventueel een voetenbankje.

3. Ontspan de bekkenbodem en neem de tijd.


4. Onderbreek de plas niet. Laat de plas vanzelf komen, zonder mee te persen.
    Meepersen helpt niet, het kan zelfs de plasbuis een beetje dichtdrukken. Fluit of neurie evt.

5. Wiebel na het plassen door voor- en achterover te buigen.
   (het bekken kantelen). Zo voorkomt u nadruppelen.

6. Pers na het plassen het laatste beetje urine eruit met druk van
    de handen of de buikspieren.

7. Span de bekkenbodem aan om af te sluiten.
    Daarna ontspant u weer.

8. Na het plassen schoonmaken door met toiletpapier
        van voor naar achter te deppen of licht te vegen.

Complicaties

Het kan voorkomen dat er na de operatie een lekkage ontstaat van de neoblaas. Dit proberen we zoveel mogelijk te voorkomen door regelmatig de neoblaas te spoelen, zodat de katheters niet verstopt kunnen raken en de blaas niet overmatig uit kan rekken. Er bestaat tijdens of na een operatie altijd een risico op:

  • wondinfectie;
  • trombose;
  • longontsteking.

Krijgt u de eerste veertien dagen na de operatie problemen die te maken hebben met de operatie? Bijvoorbeeld koorts boven de 38,5ºC, stekende pijn, aanhoudend bloedverlies of een ontstoken wond? Neem dan contact op met het ziekenhuis.

Route

Bij een afspraak op de polikliniek Urologie:

  • in het Bravis ziekenhuis locatie Roosendaal
    meldt u zich aan de balie op route 34 op de begane grond.
  • In het Bravis ziekenhuis locatie Bergen op Zoom
    meldt u zich aan de balie op de gele route C0 op de begane grond.
  • in Etten-Leur of Steenbergen
    meldt u zich bij de receptie in de hal op de begane grond.

U vindt op uw afsprakenbrief de locatie en adresgegevens waar uw afspraak plaatsvindt.

Vragen

Heeft u nog vragen? Stel ze gerust aan de uroloog, doktersassistente of urologieverpleegkundige.

Contact

De poliklinieken Urologie zijn te bereiken tijdens kantooruren op telefoonnummer
088 - 70 68 557          Bravis ziekenhuis locatie Roosendaal
088 - 70 67 336          Bravis ziekenhuis locatie Bergen op Zoom

Buiten kantooruren kunt u bij problemen contact opnemen met de Spoedeisende hulp
088 - 70 68 889          Bravis ziekenhuis locatie Roosendaal
088 - 70 67 302          Bravis ziekenhuis locatie Bergen op Zoom

De urologieverpleegkundigen zijn te bereiken tijdens kantooruren op telefoonnummer
088 - 70 68 862          Bravis ziekenhuis locatie Roosendaal
                                   (e-mail:   urologie.verpleegkundigen.rsd@bravis.nl)
088 - 70 67 336          Bravis ziekenhuis locatie Bergen op Zoom.
                                   (e-mail:   urologie.verpleegkundigen.boz@bravis.nl)

Specialismen / Afdelingen

Contactgegevens

Bergen op Zoom
Telefoon: 088 - 70 68 000

Roosendaal
Telefoon: 088 - 70 68 000